Pedagogisch project

Print
PDF
Artikel index
Pedagogisch project
De schoolorganisatie en het schoolfunctioneren
Pedagogisch didactische aspecten
Alle pagina´s

HOOFDSTUK 1: Pedagogisch project

1.1. Gegevens met betrekking tot de situering van de onderwijsinstelling:

Het onderwijs dat binnen onze school wordt aangeboden, past in het kader van een pedagogisch project, vastgelegd door de gemeenteraad.
Dit pedagogisch project bepaalt de aard en het karakter van het onderwijsaanbod binnen de school.
Van de leerkrachten wordt geëist dat ze volgens de richtlijnen van dit pedagogisch project onderwijs en opvoeding verschaffen.
Alle andere participanten worden verondersteld de opties van dit pedagogisch project te onderschrijven.

Dit pedagogisch project werd:

  • in overleg met het schoolteam besproken en goedgekeurd tijdens het schooljaar 1998 - 1999
  • voorgelegd aan de participatieraad op 31 mei 1999.
  • goedgekeurd in de zitting van de gemeenteraad van 22 juni 1999.

1.2. Situering van de onderwijsinstelling:

Onze school is een basisschool die behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijs.
Het schoolbestuur is het gemeentebestuur van de stad Hasselt.

  • Als openbare instelling staat onze school open voor alle kinderen, welke ook de levensopvatting van de ouders is.
  • het onderwijs op onze school is bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd vanaf 2,5 jaar.
  • het onderwijs is zo ingericht dat de leerlingen in beginsel binnen een periode van 10 aaneensluitende jaren de school kunnen doorlopen
  • de school realiseert de eindtermen door het Departement Onderwijs opgelegd via het leerplan van het O.V.S.G. (onderwijsdienst van Steden en Gemeenten).
  • De vrije keuze van erkende filosofische of ideologische overtuiging is gewaarborgd.
  • De modaliteiten van het onderwijs dat binnen onze school door de leraren wordt aangeboden past in het kader van richtlijnen, vastgelegd door het gemeentebestuur in een door haar erkend pedagogisch project.
  • Dit pedagogisch project bepaalt de aard van het onderwijsaanbod binnen onze school. Van de leraren wordt geëist dat ze volgens de richtlijnen van dit pedagogisch project onderwijs verschaffen. Alle andere participanten onderschrijven deze opties en respecteren het pedagogisch project.
  • Beslissingen inzake gemeentelijk onderwijs, rekening houdend met de vigerende onderwijswetgeving, behoren tot de bevoegdheid van de gemeenteraad. Het gemeentebestuur, als schoolbestuur, heeft dus een verregaande autonomie inzake vormgeving en inhoud van haar gemeentelijk onderwijs. Het pedagogisch project geeft vorm aan deze autonomie.

1.3. Fundamentele uitgangspunten:

Onder fundamentele uitgangspunten wordt verstaan: principiële houdingen die men heeft t.a.v. mens en maatschappij. Deze uitgangspunten hebben een directe invloed op hoe men over opvoeding en onderwijs denkt.

1.3.1. Openheid

De school staat ten dienste van de gemeenschap en staat open voor alle leerplichtige jongeren, ongeacht hun filosofische of ideologische overtuiging, sociale of etnische afkomst, sekse of nationaliteit.

1.3.2. Verscheidenheid

De school vertrekt vanuit een positieve erkenning van de verscheidenheid en wil waarden en overtuigingen, die in de gemeenschap leven, onbevooroordeeld met elkaar confronteren.
Zij ziet dit als een verrijking voor de gehele schoolbevolking.

1.3.3. Democratisch

De school is het product van de fundamenteel democratische overtuiging, dat verschillende opvattingen over mens en maatschappij in de gemeenschap met wederzijds respect kunnen bestaan.

1.3.4. Socialisatie

De school leert jongeren leven met anderen en voedt hen op met het doel hen als volwaardige leden te laten deelhebben aan een democratische en pluralistische samenleving.

1.3.5. Emancipatie

De school kiest voor emancipatorisch on­derwijs door alle leerlingen gelijke ontwikkelingskansen te bieden overeenkomstig hun mogelijkheden. Zij wakkert zelfredzaamheid aan door leerlingen mondig en weerbaar te maken.

1.3.6. Totale persoon

De school erkent het belang van onderwijs en opvoeding. Zij streeft een harmonische persoonlijkheidsvorming na en hecht evenveel waarde aan kennisverwerving als aan attitudevorming.

1.3.7. Gelijke kansen

De school treedt compenserend op voor kansarme leerlingen door bewust te probe­ren de gevolgen van een ongelijke sociale positie om te buigen.

1.3.8. Medemens

De school voedt op tot respect voor de eigenheid van elke mens. Zij stelt dat de eigen vrijheid niet kan leiden tot de aantasting van de vrijheid van de medemens. Zij stelt dat een gezonde leefomgeving het onvervreemdbare goed is van elkeen.

1.3.9. Europees

De school brengt de leerlingen de gedachte bij van het Europese burgerschap en vraagt aandacht voor het mondiale gebeuren en het multiculturele gemeenschapsleven.

1.3.10. Mensenrechten

De school draagt de beginselen uit die vervat zijn in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en van het Kind, neemt er de verdediging van op. Zij wijst vooroordelen, discriminatie en indoctrinatie van de hand.

1.4 Visie op basisonderwijs:

De fundamentele uitgangspunten, de principiële houdingen die men heeft t.a.v. mens en maatschappij moeten worden vertaald naar de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen.

Hiervoor baseren wij ons op de volgende pijlers:

(de cursief gedrukte tekst geeft weer op welke wijze de school dit tracht te realiseren)

1.4.1. Samenhang

  • De school moet leersituaties creëren die voor de kinderen herkenbaar zijn. De kinderen moeten de centrale plaats innemen. Kinderen dienen zich op de eerste plaats veilig en goed te voelen op de basisschool.
  • De doelstellingen van het basisonderwijs hebben niet enkel betrekking op kennis opdoen. Ook het verwerven van inzichten, vaardigheden en attitudes met betrekking tot verschillende werkelijkheidsgebieden zijn belangrijke doelstellingen. Daarnaast dienen 'leren leren', 'probleemoplossend denken' en 'sociale vaardigheden' door de basisschool heen in verschillende leergebieden aandacht te krijgen.

Een concrete aanpassing en invulling van de onderwijstijd aanwenden.
Werken met belangstellingscentra en/of projecten.
Het enten van de inhouden van alle leergebieden op deze thema’s en/of projecten.
Door de samenhang tussen de gebruikte methodes en werkvormen na te gaan.

1.4.2. Totale persoonlijkheidsontwikkeling

  • Alle aspecten van de persoonlijkheid dienen via de aangeboden vorming in hun ontwikkeling te worden gestimuleerd en dit op evenwichtige wijze.
  • Aandacht voor de totale persoonlijkheidsvorming houdt in dat het schoolteam zich beraadt over een evenwichtig vormingsaanbod en een evenwichtige activiteitenplanning.
  • De school houdt in haar aanbod niet alleen rekening met de verschillende ontwikkelingsterreinen maar ook met de verschillen in persoonlijkheidsontwikkeling.
  • Aandacht voor de totale persoonlijkheidsontwikkeling impliceert daarom een gerichtheid op individualiserend onderwijs.

De school streeft ernaar om bewuste leerlingen te vormen met kritische reflectie op zichzelf en de anderen.
Ze biedt thematische vormingscontexten aan rond sociale verschillen en achtergronden eigen aan het milieu van de leerlingen.
Ze schenkt aandacht aan sociale oriëntatie en vaardigheden in relatie met de deelleerplannen maatschappij en mens. Een concrete invulling kan gebeuren door middel van kringgesprekken, groepswerken, sociogrammen en het ontwikkelen van creatieve vermogens.
De school vult de onderwijstijd in zodat alle persoonlijkheidsgebieden evenwichtig aan bod komen.

(de cursief gedrukte tekst geeft weer op welke wijze de school dit tracht te realiseren.)

1.4.3. Zorgverbreding

  • Een goede interactie tussen kind en leraar, die ook rekening houdt met de thuissituatie, is noodzakelijk om tot succesvolle oplossingen te komen.
  • Zorgbreedte heeft te maken met de aandacht die de school aan kinderen wil geven, met de wijze waarop ze omgaat met verschillen tussen kinderen.
  • Soepele overgangen van kleuterniveau naar lager onderwijs en tussen leeftijdsgroepen dienen te worden gecreëerd. Doorbreken van het traditionele leerstofjaarklassensysteem in de lagere school is mogelijk.
  • De schoolteamleden trachten hun onderwijs af te stemmen op de mogelijkheden van de individuele kinderen die ze op school begeleiden.
  • Dit impliceert dat de school aan een aantal organisatorische voorwaarden voldoet: overlegmogelijkheid, flexibele klasorganisatie, ... Daarnaast moeten de leraren de attitude hebben om met elkaar over hun onderwijspraktijk te overleggen, systematisch te reflecteren op de eigen praktijk, en open te staan voor nieuwe inhoudelijke vormen van onderwijsondersteuning en -remediëring.
  • Zorgen dat kinderen zich goed en geaccepteerd voelen op school, er gaan functioneren en er plezier beleven, behoort tot de essentie van zorgverbreding.
  • Een school zal differentiatievormen inbouwen met het oog op het ondersteunen van elk kind in zijn ontwikkelingsmogelijkheden.

De school hanteert instrumenten om de individuele verschillen binnen alle domeinen van de persoonlijkheidsontwikkeling te bepalen en aan te geven, bv. een kindvolgsysteem. Dit impliceert dat de eigen werking via gerichte observaties en continue reflectiemomenten permanent wordt bijgestuurd.
De school bouwt differentiatievormen in waarbij elk kind kansen krijgt om op zijn niveau verder te ontwikkelen.
De school streeft ernaar het aanbod af te stemmen op de individuele mogelijkheden zodat kinderen gemotiveerd zijn en bereid zijn om initiatieven te nemen. Dit draagt bij tot het ontwikkelen van een positief zelfbeeld. De school voorziet kansen om remediëringsvormen in te bouwen.

1.4.4. Actief leren

  • Actief leren is dus voor het kind een productief proces. Het leren dient van het kind zelf uit te gaan en door het kind spontaan als betekenisvol te worden ervaren. Het kind heeft belang bij wat het doet en gaat daarom volledig op in het anticiperen en oplossen van problemen.
  • De sociale interactie tussen leraar en leerling en tussen leerlingen onderling is een essentieel onderdeel van dit interactief proces.
  • Om actief leren op school te stimuleren, dienen realistische en betekenisvolle probleemsituaties (contexten) binnen de leersituatie te worden gecreëerd.
  • Bij actief leren ligt de klemtoon eerder op het verwerken van, dan op de hoeveelheid aan leerinhouden. Kennis en inzicht zijn in die mate belangrijk dat zij gekoppeld kunnen worden aan denkhandelingen en strategische vaardigheden. Hierdoor worden ze voor het kind hanteerbaar binnen probleemsituaties en worden ze hefbomen voor actief leren en ontwikkeling.

De school dient realistische en betekenisvolle contexten aan te bieden die voldoende uitdagingen bevatten.
De school zorgt voor een rijk en gevarieerd aanbod. Het zelfstandig en zelfsturend aspect bevorderen door strategische vaardigheden en denkhandelingen te laten ontwikkelen (leren leren) door bijvoorbeeld kinderen gebruik te laten maken van een documentatiecentrum, contract- en hoekenwerk in te schakelen.

1.4.5. Continue ontwikkelingslijn

  • Via het aangeboden onderwijs streeft men er naar de moeilijkheidsgraad en de inhoud af te stemmen op de ontwikkelingsmogelijkheden en -behoeften van de leerlingen.
  • Aandacht voor 'continuïteit' binnen onderwijs betekent ook dat men de drempels tussen de verschillende fasen van de schoolloopbaan, tussen leergebieden (zie samenhang), tussen thuis- en schoolervaringen van de leerlingen, zo laag mogelijk maakt.
  • De begeleiders van het kind door de basisschool moeten deze continuïteit nastreven. Voor de schoolteamleden betekent dit gelijkgerichtheid, stimuleren van een doorlopende leer- en ontwikkelingslijn, afspraken maken en nakomen.

De school ontwikkelt een instrument dat de persoonlijkheidsgroei van elk kind weergeeft binnen alle domeinen tijdens de hele schoolloopbaan (cf. kindvolgsysteem).
Ze stelt concrete afspraken op i.v.m. terminologie en continuïteit binnen de leergebieden en de verschillende domeinen op klas- en schoolniveau. Ze biedt voldoende interactie in het schoolteam om gelijkgerichte afspraken i.v.m. methodes en didactisch handelen na te komen, te evalueren en erover te reflecteren.
Ze ontwikkelt initiatieven om de overgang tussen kleuter en lager onderwijs, tussen lager en secundair onderwijs vlot te laten verlopen. De school zoekt alternatieven voor het leerstofjaarklassensysteem om leerlingen optimale groeikansen te geven.